Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en [naam] , tolk in de [taal] ;
- [naam] namens de raad.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van een in Nederland geboren minderjarige naar zijn gewone verblijfplaats in het buitenland, na een ongeoorloofde overbrenging en vasthouding door de moeder. De rechtbank had eerder de terugkeer gelast, maar de moeder ging in hoger beroep.
Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag. De moeder bracht de minderjarige zonder toestemming van de vader van het buitenland naar Nederland. Het hof bevestigt dat de gewone verblijfplaats van het kind vóór de overbrenging in het buitenland lag en dat de overbrenging ongeoorloofd was volgens het internationale verdrag. Er is geen sprake van berusting door de vader, noch van weigeringsgronden zoals gevaar voor het kind.
Het hof gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige uiterlijk 24 januari 2018 en veroordeelt de moeder tot vergoeding van de kosten van de vader ter hoogte van €3.528,-. Aanvullende voorwaarden voor terugkeer worden niet opgelegd, omdat dit buiten de bevoegdheid van het hof valt en aan partijen of de buitenlandse rechter wordt overgelaten.
Uitkomst: De terugkeer van de minderjarige naar het buitenland wordt gelast en de moeder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten.