Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
[rechtbank], [land] onder het kenmerk
[kenmerk].
BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
‘orders to direct [appellant] to send the minor child [minderjarige] to Amsterdam Netherlands’, maar dit geschiedde in het kader van het verweer van de moeder in de door de vader gestarte
‘interim custody’procedure aldaar. Voorts heeft de moeder de rechtsmacht van de [nationaliteit 2] rechter in alle in [land] lopende procedures van begin af aan betwist.
‘In verzoekschriftprocedures, die veelal op het personen- en familierecht betrekking hebben, is de verzoeker degene om wiens belangen het doorgaans in de eerste plaats gaat en in wiens woon- of gewone verblijfplaats de maatregelen die in de procedure worden gevraagd, niet zelden moeten worden uitgevoerd’(TK 1999/2000, 26 855, nr. 3, blz. 29-30, MvT Herziening Rv). Duidelijk is dat de aan artikel 3 sub a Rv Pro ten grondslag liggende ratio niet opgaat in geval van een teruggeleidingsprocedure als het onderhavige, waarin het niet gaat om de belangen van de verzoeker maar van het ontvoerde kind en waarin een eventueel teruggeleidingsbevel niet uitgevoerd zal worden in het land van de gewone verblijfplaats van de verzoeker maar in het land van de werkelijke verblijfplaats van het kind. Bovendien kan de toepassing van artikel 3 sub a Rv Pro tot gevolg hebben dat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te verstrekkend is, wanneer de achtergebleven ouder vanuit een ander land zijn gewone verblijfplaats naar Nederland verplaatst om bij de Nederlandse rechter een teruggeleidingsverzoek in te dienen. Daarmee zou de Nederlandse rechter een bemoeizuchtig oftewel exorbitant forum worden (vgl. TK 1999/2000, 26 855, nr. 3, blz. 30, MvT Herziening Rv). Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de gewone verblijfplaats van de verzoeker en daarmee artikel 3 sub a Rv Pro in dit geval ongeschikt is als grondslag voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in de verzochte teruggeleiding.
‘to direct [appellant] to send the minor child [minderjarige] to Amsterdam Netherlands so as to enable access between [geïntimeerde] and the minor child’.