Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 24 juli 2018
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. M. Drenth te Dordrecht,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.E. Goudriaan te Gouda.
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- veroordeelt de man om met ingang van 1 juli 2017 aan de pensioeninstelling de opdracht te geven het maandelijks verschuldigde bruto pensioen waar de vrouw op grond van de WVPS aanspraak heeft aan de vrouw uit te keren, waarbij het vonnis dezelfde rechtskracht heeft als een door de man opgestelde verklaring op dit punt;
- veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van het deel waar de vrouw op grond van de WVPS aanspraak heeft van het hem in de periode van 8 september 2016 tot 1 juli 2017 maandelijks uitgekeerde of uit te keren bruto pensioen;
- wijst in conventie het meer of anders gevorderde af;
- wijst de vordering in reconventie af;
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.