Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 27 november 2018
[verzoeker] ,
Progeco Holland B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Voorts heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring kunnen geven voor het aantreffen van zijn telefoon op de Empty Handler. Met die Empty Handler is de container kort voor de aanhoudingen over het terrein verplaatst.”
Hierbij delen wij u mede dat wij per 28 augustus 2017 de loonbetalingen stopzetten wegens het feit dat u in detentie zit.(…)”
Samengevat geeft u aan dat u bent overtuigd van uw onschuld. Met cocaïnesmokkel heeft u niets te maken en u geeft aan dat u in de avond/nacht van 28 augustus 2017 bij toeval op het terrein van Progeco was, namelijk om uw sleutelbos op te halen. Een deel van onze bevindingen laat u onbesproken. Voorts geeft u aan over bepaalde bevindingen geen wetenschap te hebben, terwijl u hierover eerder tegen de politie iets anders heeft verklaard, namelijk dat u op vragen hierover geen antwoord wil geven/dat u een beroep doet op het zwijgrecht. Daarnaast verklaarde u eerder tegenover de politie dat alleen u de bestelbus op 28 augustus 2017 gebruikt heeft en dat het stil was op het depot toen u terugkwam van uw dienst. Uw reactie van gisteren wijkt hiervan af. Ook weigert u een voor ons cruciale vraag, namelijk wat u op het moment van uw aanhouding omstreeks 00.18 uur nog op het depot deed als u rond 21.30 uur klaar was met uw dienst en alleen terug kwam naar het depot om uw sleutels op te halen, te beantwoorden.
Op basis van de medische gegeven blijkt dat de heer [verzoeker] lijdt aan diabetes type 1. In theorie kan bij deze ziekte stress leiden tot shock c.q. bewustzijnsvernauwing en irrationeel gedrag, indien er op dat moment sprake is van een hypo- of hyperglycemie.(…)”
De verdachte heeft zich samen met anderen in een relatief korte periode tweemaal schuldig gemaakt aan de invoer van respectievelijk ongeveer 310 en 385 kilo cocaïne in Nederland en heeft tevens voorbereidingshandelingen daartoe verricht. Hij heeft zijn positie binnen het bedrijf in de Rotterdamse haven waar hij werkzaam was schaamteloos misbruikt. De verdachte heeft (binnen Nederland) een bepalende rol gespeeld en heeft anderen ingeschakeld, zoals de medeverdachte. Door de invoer van een dergelijk grote hoeveelheden cocaïne heeft de verdachte zich begeven op het terrein van de internationale handel in verdovende middelen. Hij heeft aldus een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Harddrugs leiden veelal, direct en indirect, tot vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was, naar mag worden aangenomen, slechts uit op eigen financieel gewin.”