Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 4 december 2018
[verzoeker],
Uitzendbureau Solutions B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- [verzoeker] is geboren op [geboortedatum] en hij is vanaf 12 mei 2014 op twee aansluitende uitzendovereenkomsten (Fase 1 en Fase 2) als uitzendkracht voor Solution bij [bedrijf 1] te Westmaas werkzaam geweest als machine operator. Als zodanig bediende hij een machine, die papieren/kartonnen bekertjes produceert.
- Op 24 maart 2016 heeft [verzoeker] een arbeidsongeval gehad, waarbij twee vingers van zijn rechterhand deels werden geamputeerd. Als gevolg van dat ongeval is hij meerdere keren geopereerd, voor de eerste maal op 25 maart 2016.
- Op de uitzendovereenkomsten is de NBBU-CAO voor Uitzendkrachten van toepassing verklaard. In artikel 13 lid 3 van Pro die CAO staat:
De uitzendovereenkomst komt ten einde doordat de inlener om welke reden dan ook de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen en voorts doordat de uitzendkracht om welke reden dan ook, daaronder begrepen arbeidsongeschiktheid, de bedongen arbeid niet langer wil of kan verrichten, alsmede door de vervulling van enige voorwaarde in de uitzendovereenkomst. In geval van ziekte of ongeval van de uitzendkracht wordt de terbeschikkingstelling in Fase 1 en 2 direct na de melding als bedoeld in artikel 25 lid 2 geacht Pro met onmiddellijke ingang te zijn beëindigd op verzoek van de inlener.- Solutions is eigenrisicodrager in de zin van de Ziektewet.
- Vanaf 15 mei 2016 heeft [verzoeker] zijn werkzaamheden in zijn oorspronkelijke functie bij [bedrijf 1] hervat, met een aangepaste arbeidsduur van 20 uur per week. In de week van 15-21 augustus 2016 is hij weer volledig uitgevallen voor werk.
- [verzoeker] was ten tijde van de beschikking van de kantonrechter van 22 augustus 2017 nog niet volledig arbeidsgeschikt. Volgens de behandelend plastisch chirurg zou definitief herstel nog zeker een half jaar op zich laten wachten.
- [verzoeker] is sinds 11 juni 2018 weer werkzaam, nu als zzp-er.
primair, kort samengevat:
a) de vernietiging van zijn ontslag;
b) wedertewerkstelling op straffe van een dwangsom;
c) betaling van (achterstallig) loon en ziektegeld (met emolumenten, wettelijke verhoging en rente) over verschillende periodes tot aan de rechtsgeldige beëindiging van de uitzendovereenkomst;
d) overlegging (al dan niet op grond van art. 843a Rv) door Solutions van een aantal loonstrookjes, op straffe van een dwangsom;
e) een verklaring voor recht dat [verzoeker] recht heeft op een uurloon en toeslagen conform de CAO Kartonnage, met veroordeling van Solutions tot nabetaling conform deze CAO van achterstallig loon en ziektegeld (met emolumenten, wettelijke verhoging en rente);
f) betaling door Solutions van € 400,- (met rente) ter zake van de door [verzoeker] reeds betaalde proceskosten in eerste aanleg aan de zijde van Solutions;
g) veroordeling van Solutions in de proceskosten.
Subsidiair, voor het geval zou worden geoordeeld dat de uitzendovereenkomst tussen Solutions en [verzoeker] is geëindigd, heeft [verzoeker] grotendeels dezelfde verzoeken ingediend met uitzondering van zijn (primaire) verzoek tot vernietiging van het ontslag. Daarnaast heeft hij veroordeling van Solutions verzocht tot betaling van een billijke vergoeding wegens schending van artikel 7:611 BW Pro, een vergoeding in de zin van artikel 7:668 lid 3 BW Pro ter hoogte van een maandloon ad € 1.794,00 wegens niet naleving van artikel 7:668 lid 1 BW Pro, en een transitievergoeding.
Beslissing
- laat Solutions toe tot het bewijs dat partijen op 27 juni 2016 een uitzendovereenkomst Fase 3 hebben gesloten voor bepaalde tijd tot 2 oktober 2016;
- bepaalt dat, indien Solutions getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. J.M.T. van der Hoeven-Oud, op
- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden januari tot en met april van 2019, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;
- verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;
- houdt iedere verdere beslissing aan.