ECLI:NL:GHDHA:2018:3377
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek bijzondere curator in geschil hoofdverblijfplaats minderjarige
In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Den Haag staat het verzoek centraal van twee minderjarigen om een bijzondere curator te benoemen die hun belangen en die van hun jongere broer behartigt in een geschil over diens hoofdverblijfplaats.
De vader en moeder zijn gescheiden en er is een geschil over de hoofdverblijfplaats van het jongste kind. De rechtbank had bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de jongste bij de moeder zou zijn en van de twee oudere kinderen bij de vader. De twee oudere kinderen wilden dat een bijzondere curator de mogelijkheden onderzoekt voor terugkeer van hun jongere broer in hun gezin.
Het hof overweegt dat de twee oudere kinderen niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 798 lid 1 Rv Pro, omdat het geschil gaat over de verblijfplaats van een ander kind uit hetzelfde gezin en zij zelf geen direct belanghebbenden zijn. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak benadrukt dat minderjarigen slechts in bijzondere situaties als belanghebbenden kunnen worden beschouwd, bijvoorbeeld bij uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie, wat hier niet het geval is. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 14 november 2018.
Uitkomst: Verzoek van twee minderjarigen om benoeming van een bijzondere curator wordt niet-ontvankelijk verklaard.