ECLI:NL:GHDHA:2018:356
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontslag voormalig bewindvoerder wegens belangenverstrengeling en financiële discontinuïteit
De zaak betreft het hoger beroep van een voormalig bewindvoerder en een rechthebbende tegen een beschikking van de kantonrechter Den Haag waarin de bewindvoerder ambtshalve is ontslagen wegens gewichtige redenen. De kantonrechter stelde dat de voormalig bewindvoerder niet integer en professioneel handelde, met belangenverstrengeling en onvoldoende afstand tot de onderbewindgestelden.
Het hof bevestigt dat de bewindvoerder geen kwade bedoelingen had en de belangen van onderbewindgestelden doorgaans vooropstelde, maar concludeert dat zij onvoldoende professionele distantie hield. Dit bleek onder meer uit het in dienst nemen van onderbewindgestelden bij een aan de bestuurder gelieerde onderneming en het inschrijven van een onderbewindgestelde op een privéadres om uitkeringen te verhogen.
Daarnaast leidde de financiële situatie van de bewindvoerder tot materiële insolventie en onzekerheid over continuïteit, wat het ontslag verder rechtvaardigt. Het hof wijst verzoeken tot schorsing en verwijzing naar een ander hof af en oordeelt dat de motiveringsplicht van de rechtbank is nageleefd. De proceskosten worden niet toegewezen, maar ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de voormalig bewindvoerder wegens belangenverstrengeling en financiële discontinuïteit.