Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 11 december 2018
[verzoeker] ,
Stichting Hout- en Meubileringscollege,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
In hoger beroep is niet opgekomen tegen de juistheid van de vaststelling van de feiten door de kantonrechter.
wederomeen schriftelijke berisping ex art. 2.8 lid 2 CAO MBO, voor de feiten die zijn omschreven in de eerste alinea van deze brief. Voordat wij echter overgaan tot het nemen van het definitieve besluit tot het opleggen van deze disciplinaire maatregel, stellen wij u in de gelegenheid schriftelijk verweer te voeren. Als u van deze gelegenheid gebruik wenst te maken, dan dient u dit mij binnen 14 dagen na dagtekening schriftelijk mee te delen, waarna uw schriftelijke verweer binnen 28 dagen na dagtekening van deze brief in ons bezit dient te zijn.
- de werknemer maakt zich schuldig aan diefstal, verduistering, bedrog e.d.;
- de werknemer leent in strijd met kenbare gedragsregels geld uit de bedrijfskas, dit leidt tot vertrouwensbreuk;
- de werknemer leeft herhaaldelijk controlevoorschriften bij ziekte niet na, ook na toepassing van loonopschorting, en hiervoor zijn geen gegronde redenen;
- de werknemer komt veelvuldig en zonder gegronde redenen te laat op het werk; de bedrijfsvoering wordt hierdoor belemmerd. De werknemer is hierop vergeefs aangesproken;
- de werknemer probeert op oneigenlijke wijze zijn productiecijfers gunstiger voor te stellen, en heeft het vertrouwen van de werkgever daardoor ernstig beschaamd.