Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 3 april 2018
CZ Zorgkantoor B.V.,
Stichting HVP Zorg,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“De zorgaanbieder heeft aantoonbaar de Zorgbrede Governancecode ingevoerd.”Bijlage 1 kent ook een “Toelichting bij de geschiktheidseis Zorgbrede Governancecode”. Op pagina 52 van het document is voorts de volgende tekst opgenomen:
“CZ zorgkantoren controleert de inschrijving en kan daarbij specifiek aandacht besteden aan een of meerdere door haar geselecteerde aspecten van de inschrijving. CZ zorgkantoren kan een inschrijving ook controleren als zij om welke reden dan ook, meent dat daartoe aanleiding bestaat.”
“Om in aanmerking te komen voor een overeenkomst dient de zorgaanbieder uiterlijk 1 augustus 2014 een ondertekende bestuursverklaring in te leveren waarin hij verklaart te voldoen aan alle landelijke geschiktheidseisen, en waarin hij eveneens verklaart dat de uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn (…).”In de bestuursverklaring behorend bij het Zorginkoopdocument WVP 2015 is vermeld dat de bestuursverklaring “wordt gepubliceerd als onderdeel van de zorginkoopdocumenten Wijkverpleging” en wordt melding gemaakt van de landelijke eisen van bekwaamheid waaraan de zorgaanbieder verklaart te voldoen, waaronder de aantoonbare invoering van de ZGC.
Statutair is vastgelegd op welke gronden de Raad van Toezicht respectievelijk de Algemene Vergadering een lid van de Raad van Toezicht kan schorsen of ontslaan, welke meerderheid van stemmen hiertoe vereist is en welke eventuele daarbij te hanteren procedures worden gevolgd.”
De Raad van Toezicht kan een lid van de Raad schorsen; de schorsing vervalt van rechtswege indien de Raad niet binnen een maand na de schorsing overgaat tot ontslag op een van de gronden als in lid 1 van dit artikel zijn genoemd.(…)”.
op grond van het Zorginkoopdocument wijkverpleging 2015 in deze regio een nieuwe zorgaanbieder is, zijn de aanvullende voorwaarden voor nieuwe zorgaanbieders (…) van toepassing. (…) Bij de inschrijving ontbreken de Toelating WTZi, een uittreksel van de KvK inschrijving, de statuten, (…). Uw inschrijving is derhalve onvolledig en kan niet in behandeling worden genomen. Dit heeft tot gevolg dat uw organisatie niet in aanmerking komt voor een overeenkomst met CZ (…).”
“
Bij het nalezen van de ingediende bestuursverklaring stelden wij vast dat er een cruciale fout is gemaakt. Bij de rechtsvorm staat abusievelijk b.v. en het KVK nummer is ook van de b.v. De rechtsvorm had natuurlijk de stichting moeten zijn en het nummer van de KVK evenzo. De instellings AGB-code komt overigens wel overeen met de stichting HVP Zorg.In de bijlagen viel ons op dat de fout wordt herhaald: ook hier wordt HVP Zorg BV genoemd. Ook dit had uiteraard de stichting HVP Zorg moeten zijn. De instellingscode en de regio aanduiding en met name het overzicht van de gedeclareerde uren over de afgelopen periode januari tot en met juni, is ontleend aan de ontvangen overzichten van CZ die zijn verzonden aan de stichting HVP Zorg als huidige zorgverlener.Er is hier sprake geweest van een menselijke fout die (…) mogelijk is veroorzaakt door diverse wijzigingen in de inkoopprocedures (…).”
2.voor recht verklaart dat de overeenkomst die CZ Zorgverzekeraar met
Stichting HVP ter uitvoering van het arrest van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
3.die overeenkomst vernietigt;
4. Stichting HVP veroordeelt aan CZ Zorgverzekeraar terug te betalen hetgeen CZ Zorgverzekeraar zonder titel en dus onverschuldigd bij wege van voorschot heeft voldaan onder aftrek van de waarde van de door Stichting HVP verleende wijkverpleegkundige zorg in 2015, vastgesteld aan de hand van het uurtarief voor de productieafspraak die onderdeel was van de overeenkomst, vermeerderd met wettelijke rente;
5.voor recht verklaart dat CZ Zorgverzekeraar de inschrijving van HVP Zorg B.V. voor de inkoopprocedure wijkverpleegkundige zorg 2015 ter zijde mocht leggen omdat die inschrijving niet voldeed aan de vereisten gesteld in het zorginkoopdocument;
6.voor recht verklaart dat artikel 4.2, negende lid, van de ZGC in het kader van de door CZ Zorgkantoor en CZ Zorgverzekeraar gestelde toetredingseis dat die code aantoonbaar moet zijn ingevoerd, zo dient te worden verstaan dat een zorgaanbieder die in zijn statuten een regeling opneemt voor schorsing en ontslag van leden van het toezichthoudend orgaan, in de statuten voor beide besluiten dient te bepalen op welke gronden en met welke meerderheid die besluiten genomen kunnen worden en, eventueel, welke procedure daarbij gevolgd dient te worden;
7. voor recht verklaart dat CZ Zorgkantoor de overeenkomst die zij voor 2014
9.voor recht verklaart dat CZ Zorgverzekeraar Stichting HVP om reden dat zij artikel 4.2, negende lid, van de ZGC niet in haar statuten had verwerkt, terecht niet voor een overeenkomst voor het verlenen van wijkverpleegkundige zorg in de zin van de Zorgverzekeringswet voor 2015 in aanmerking heeft gebracht;
10.Stichting HVP en HVP Zorg B.V. veroordeelt om aan CZ Zorgkantoor
11.HVP veroordeelt in de proceskosten.
primair:
subsidiair:
primair:
benoemen deskundige, vermeerderd met de wettelijke handelsrente;
subsidiair:
Overeenkomst 2014, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat, vermeerderd met de wettelijke handelsrente;
en voorts
7.CZ Zorgverzekeraar en CZ Zorgkantoor hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder de nakosten.
bedoeldemet HVP Zorg B.V. in te schrijven, maar met Stichting HVP is in dit verband niet relevant. Als dat doorslaggevend zou zijn, zou immers niet alleen CZ Zorgverzekeraar, maar ook HVP Zorg B.V. de vrijheid worden gelaten al naar gelang de uitkomst van een voorlopige beoordeling van de inschrijving een andere, beweerdelijk bedoelde, inschrijver op te voeren en te accepteren, hetgeen niet is toegelaten. Het feit dat [X] direct heeft gemeld dat een vergissing was begaan, doet hier evenmin aan af. Zou dat verschil maken dan betekent dat immers ook dat wordt geaccepteerd dat na het sluiten van de inschrijftermijn een andere inschrijver wordt geaccepteerd. Dat sprake was van een vergissing was overigens, gelet op het feit dat in de inschrijving steeds HVP Zorg B.V. als inschrijver werd genoemd, niet, en in ieder geval niet voor CZ Zorgverzekeraar, evident kenbaar en niet aan redelijke twijfel onderhevig.
“Statutair is vastgelegd op welke gronden de Raad van Toezicht respectievelijk de Algemene Vergadering een lid van de Raad van Toezicht kan schorsen of ontslaan, welke meerderheid van stemmen hiertoe is vereist en welke eventuele daarbij te hanteren procedures worden gevolgd.”In deze bepaling is dus niet alleen opgenomen dat statutair moet zijn vastgelegd op welke gronden een lid van de Raad van Toezicht kan worden ontslagen, maar ook op welke gronden dat lid kan worden geschorst. Taalkundig bezien laat dit artikel daarover geen twijfel bestaan. De bepaling dient, zoals ook volgt uit de door de rechtbank geciteerde toelichting, ter waarborging van de onafhankelijkheid van de leden van de Raad van Toezicht. Die onafhankelijkheid wordt niet geborgd indien de bepaling zo moet worden uitgelegd dat wel de gronden voor ontslag moeten zijn geregeld, maar niet de gronden voor schorsing. De tekst van de bepaling biedt ook geen steun voor de gedachte dat uitsluitend de gronden voor ontslag moeten zijn geregeld, en niet die voor schorsing. Ook als de door CZ gegeven toelichting, zoals HVP stelt (randnummer 125 memorie van antwoord), is toegesneden op vennootschappen, en niet op stichtingen, mocht HVP daaruit niet afleiden dat voor een stichting de bepaling anders zou moeten worden uitgelegd.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
Stichting HVP ter uitvoering van het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 april 2015 heeft gesloten voor het verlenen van wijkverpleegkundige zorg in 2015 niet tot stand had mogen komen;
- compenseert de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;
- verklaart de veroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.