Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest in kort geding van 4 juni 2019
[appellant],
Milieu Werken Duin en Bollenstreek B.V,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- [appellant], geboren op [datum] 1962, is op 1 september 2017 voor onbepaalde tijd bij MWDB in dienst getreden als [functie] voor 32 uur per week, verdeeld over vier dagen, tegen een salaris van € 3.063,-- bruto per vier werken, exclusief overwerk, 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. Artikel 7 van Pro de arbeidsovereenkomst bepaalt dat bij een ziekmelding 100% van het overeengekomen loon zal worden uitgekeerd.
- Het UWV heeft in een deskundigenoordeel van 26 november 2018 (hierna: deskundigenoordeel I) geconcludeerd dat de door MWDB uitgevoerde re-integratie-inspanningen tot en met dat moment voldoende waren.
(i) tot het nakomen van haar verplichtingen tot re-integratie van [appellant] als bedoeld in artikel 7:658a BW;
(ii) om aan [appellant] binnen twee dagen na dit arrest te voldoen een bedrag van € 460,53 bruto, te weten de maximale wettelijke verhoging over de niet betaalde 15 overuren (€ 466,67 minus het reeds betaalde bedrag van € 6,14), te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag;
(iii) om aan [appellant] binnen twee dagen na dit arrest te voldoen het achterstallig salaris van in totaal € 3.063,- bruto per vier weken, te weten het niet betaalde salaris over de maanden oktober 2018 tot en met februari 2019, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
(iv) om aan [appellant] aansluitend ook vanaf 1 maart 2019 tot aan het moment waarop een rechtsgeldig einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst, te blijven voldoen het verschuldigde salaris € 3.063,- bruto per vier weken, te vermeerderen met emolumenten, vermeerderd met de wettelijke rente;
(v) tot gelijktijdige verstrekking aan [appellant] van deugdelijke bruto/netto specificaties over het onder ii, iii en iv gevorderde alsmede over de maanden augustus en september 2018, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag;
Het hof verwerpt de grief. Uit het deskundigenoordeel I van 26 november 2018 blijkt dat het UWV op 8 november 2018 telefonisch heeft gesproken met [appellant], en vervolgens nog persoonlijk tijdens het spreekuur op 22 november 2018. [appellant] heeft in die gesprekken alles kunnen zeggen wat hij relevant vond. Zoals de kantonrechter ook heeft overwogen, staat in het rapport dat [appellant] onder meer heeft aangevoerd dat MWDB hem stalkt, hem berichten stuurt en hem fotografeert en filmt. Het door MWDB geplaatste peilbaken en de overige feiten liggen in het verlengde hiervan. In dat licht is het hof met de kantonrechter voorshands van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat de door [appellant] genoemde informatie, indien gemeld, destijds zou hebben geleid tot een ander oordeel van het UWV over de re-integratie-inspanningen van MWDB.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- bepaalt dat de hierboven toegewezen bedragen aan proceskosten (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep) binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;