Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 9 juli 2019
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur,
Procesverloop
“4. Feiten: overleg en correspondentieAan de totstandkoming van deze overeenkomst is uitgebreid overleg voorafgegaan met de belastingadviseur [C] te [D] (hierna: de belastingadviseur). De vaste tekst van deze overeenkomst is in overleg met deze belastingadviseur tot stand gekomen.
2007
2008
Partijen zijn het volgende overeengekomen:
tax-adjustment wordt voor 2/3 deel tot het inkomen uit werk en woning (box 1) gerekend.
- De ontvangen allowances en de tax-adjustment worden geheel tot het inkomen uit werk en woning (box 1) gerekend.
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
Conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
NJ2006/271 (Abacus/De Staat)). Daarbij verdient opmerking dat de belastingrechter in het kader van een beroep tegen een fiscaal besluit mede kan nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst met de belastingplichtige rechtsgeldig is, en in die toetsing ook art. 3:40 BW Pro kan betrekken(vgl. bijv. HR 9 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU7728,
BNB2006/201, onder 3.4.2). Anders dan het middel betoogt, heeft de belastingrechter deze mogelijkheid ook met betrekking tot een beding in een dergelijke overeenkomst waarin wordt afgezien van bezwaar en beroep tegen aanslagen bij de belastingrechter.”
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.