ECLI:NL:GHDHA:2019:2762
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens geslaagd beroep op noodweer bij mishandeling met honkbalknuppel
De zaak betreft een hoger beroep tegen een veroordeling wegens mishandeling met een honkbalknuppel op 8 oktober 2014 te 's-Gravenhage. Verdachte werd aanvankelijk veroordeeld tot een taakstraf, maar na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Tijdens de zitting stelde de verdediging primair een beroep op noodweer, subsidiair op noodweerexces en putatief noodweer. Feitelijk vond het incident plaats nadat verdachte werd vastgegrepen door de aangever, waarna verdachte met een honkbalknuppel meerdere klappen uitdeelde in een situatie van dreiging en worsteling.
Het hof oordeelt dat het vastpakken van verdachte een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding vormde en dat verdachte zich niet op een redelijke wijze kon onttrekken. De reactie met de honkbalknuppel was proportioneel, mede gezien het geringe letsel en het feit dat verdachte bewust het hoofd niet raakte.
Daarom slaagt het beroep op noodweer, waardoor de wederrechtelijkheid van het handelen vervalt. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens geslaagd beroep op noodweer bij mishandeling.