ECLI:NL:GHDHA:2019:2782
Gerechtshof Den Haag
- Verwijzing na Hoge Raad
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing rechtszekerheidsbeginsel bij naheffing omzetbelasting bouwterrein
Belanghebbende leverde een terrein met restanten van bebouwing aan een projectontwikkelaar zonder omzetbelasting af te dragen. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag op omdat het terrein als bouwterrein werd aangemerkt, wat belast is. Zowel de rechtbank als het hof gaven de Inspecteur gelijk. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug met de instructie om te beoordelen of het rechtszekerheidsbeginsel toepassing kan vinden, tenzij belanghebbende het recht op aftrek van voorbelasting heeft uitgeoefend.
Na verwijzing stelde belanghebbende dat de naheffingsaanslag aan een onjuiste fiscale eenheid was opgelegd, maar het hof ging hieraan voorbij omdat de verwijzingsopdracht dit niet toestond. Het hof oordeelde op feitelijke gronden dat belanghebbende het recht op aftrek van voorbelasting ten volle had uitgeoefend, waardoor het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel niet slaagde.
Het hof bevestigde dat de levering van het terrein met restanten van bebouwing als levering van bouwterrein moet worden aangemerkt en dat de vrijstelling van omzetbelasting niet van toepassing is. Ook werd vastgesteld dat het recht op aftrek van voorbelasting was uitgeoefend, waardoor naheffing terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag omdat belanghebbende het recht op aftrek van voorbelasting heeft uitgeoefend en het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalt.