ECLI:NL:GHDHA:2019:3013
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incident tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring bevel inzake medische informatie in letselschadezaak
Op 1 mei 2012 liep appellante tijdens werkzaamheden een ernstig letsel op aan haar rechtervoet door een inversietrauma waarbij zij een hoge gymschoen droeg. Na meerdere operaties en ziekenhuisopnames vorderde zij in een deelgeschilprocedure dat haar werkgever, geïntimeerde 1, aansprakelijk werd gesteld voor de schade en dat Nationale-Nederlanden als verzekeraar de vergoeding rechtstreeks aan haar zou betalen.
De kantonrechter wees op 5 december 2018 een beschikking toe waarin onder meer een bevel werd gegeven op grond van art. 843a Rv tot het verstrekken van medische informatie. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht om het bevel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Geïntimeerde 1 c.s. stelde een incidentele vordering in tot alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het bevel en machtiging tot het opvragen van medische stukken.
Het hof oordeelde dat tegen het bevel geen hoger beroep openstond in de bodemprocedure en dat de beschikking onherroepelijk was geworden. Het hof wees de incidentele vordering af omdat onvoldoende was onderbouwd dat de medische informatie noodzakelijk was voor het nemen van een memorie van antwoord. Het hof stelde partijen in het vooruitzicht dat tijdens een comparitie zal worden bezien of aanvullende medische stukken nodig zijn. De beslissing over de kosten van het incident werd aangehouden tot de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof wijst het incident tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het bevel af en houdt de beslissing over de kosten aan tot de hoofdzaak.