Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 19 december 2019
Procesverloop in hoger beroep
- op 23 september 2019 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen (producties 12 t/m 17);
- op 23 september 2019 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage (productie 18);
- op 5 november 2019 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage (productie 19; per abuis aangeduid als productie 18).
- de dochter, bijgestaan door haar advocaat vergezeld door een kantoorgenoot;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [belanghebbende 3] .
Procesverloop in eerste aanleg
Vaststaande feiten
Deze uiterste wil heeft mede ten doel mijn echtgenoot, [verweerder] – binnen het kader van het hierna bepaalde – ongestoord te laten voortleven na mijn overlijden. Mijn echtgenoot ken ik daartoe ruime bevoegdheden toe om, indien gewenst, enig gerechtigde te worden van de goederen van mijn nalatenschap.’
Ik leg mijn echtgenoot als executeur (…) de testamentaire last op in de zin van artikel 4:130 lid 2 en Pro artikel 4:144 van Pro het Burgerlijk Wetboek (…) om de nalatenschap te verdelen als ware er een wettelijke verdeling en inhoudelijk overeenkomend met de wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 van Pro het Burgerlijk Wetboek op de wijze als hierna is uitgewerkt. Op basis van artikel 4:171 van Pro het Burgerlijk Wetboek, ken ik mijn echtgenoot bovendien de bevoegdheid toe om, als vertegenwoordiger van mijn erfgenamen, de nalatenschap met inachtneming van het hierna bepaalde te verdelen bij notariële akte. Ik benoem hem hiertoe tot afwikkelingsbewindvoerder.
Opeisbaarheid vorderingen kinderen