Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 23 juli 2019
1. [appellant],
2. [appellante],
Vereniging van Eigenaars [straatnaam]/Raam te Delft,
Het geding
De feiten
A.4 en A.5bevatten een aanvulling ten opzichte van artikel 2 van Pro het modelreglement 1992; uit artikel A5 blijkt dat met betrekking tot de verdeling van de schulden en kosten de appartementen in de gestapelde bouw aan de [straatnaam] worden onderverdeeld in “gebouwen”, hierna ook “blokken” genoemd:
“B. In artikel 3 worden Pro tot de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren komen niet gerekend die schulden en kosten die uitsluitend betrekking hebben op de individuele woningen (de appartementsrechten met indices 19 tot en met 48), aangezien die schulden en kosten direct ten laste komen van de desbetreffende appartementseigenaar tot wiens uitsluitend gebruik die woning strekt.”
Artikel Lvan de splitsingsakte bepaalt in aanvulling op artikel 18 lid 1 van Pro het modelreglement 1992:
“L. In artikel 18 lid 1 wordt Pro tot het onderhoud dat iedere eigenaar of gebruiker van een privé-gedeelte moet verrichten, mede gerekend het onderhoud van die gemeenschappelijke gedeelten en van die gemeenschappelijke zaken waarvan de schulden en kosten ingevolge artikel 3 niet Pro ten laste van de gemeenschappelijke appartementseigenaren komen. Deze kosten komen uitsluitend ten laste van de appartementseigenaar bij wiens appartement die gemeenschappelijke gedeelten zich bevinden.”
“Deel EOnderhoud
Artikel E.1Reserveren voor de kosten van onderhoud collectieve delen
Voor de collectieve delen maakt de VvE als geheel reserveringen voor de kosten van onderhoud via de groepen K (parkeerdak), L (parkeergarage) en M (gemeenschappelijk terrein). De hoogte van deze reserveringen wordt door de vergadering vastgesteld en vervolgens over de leden omgeslagen, waarbij het aantal stemmen per lid als verdeelsleutel fungeert. De thans geldende hoogte van de reserveringen per jaar zijn in de begroting opgenomen.
Artikel E.2Reserveren voor kosten onderhoud woningen Raam en Schuttersveld
Conform splitsingsakte, worden voor de woningen aan [straatnaam 2] en de woningen aan [straatnaam 3] door de betreffende eigenaren via de VvE geen reserveringen gemaakt voor de kosten van onderhoud. Betreffende eigenaren beslissen individueel over het uitvoeren van onderhoud, conform onderhoudsplan (…).
Artikel E.3Reserveren voor kosten onderhoud woningen [straatnaam]
- Blok B: Het appartementencomplex [straatnaam] 10-16
- Blok C: [straatnaam] 18 en 20
- Blok D: Het appartementencomplex [straatnaam] 22
- Blok E: [straatnaam] 30-36
- Blok F: Het appartementencomplex [straatnaam] 38-44
Artikel E.4Onderhoudsplan
De VvE kent een onderhoudsplan voor de collectieve delen:
- K - parkeerdak
- L - parkeergarage, eveneens omvattende inritten en luifels
- M - gemeenschappelijk terrein, bestaande uit (…)
De blokken B tot en met I kennen daarnaast onderhoudsplannen voor:
- de woningen aan [straatnaam 2], met uitzondering van de oorspronkelijke portierswoning
- de oorspronkelijke portierswoning aan [straatnaam 2], ook omvattende het kunstwerk
- de woningen aan [straatnaam 3]
- de woningen en appartementen aan de [straatnaam]
In de onderhoudsplannen wordt aangegeven wat onderhoud behoeft, welke eisen aan dit onderhoud worden gesteld en wanneer dit onderhoud moet worden uitgevoerd. (…)
Artikel E.5Vaststellen onderhoudsplan
Artikel E.7Uitvoering onderhoud
Artikel E.8Werkzaamheden buiten het onderhoudsplan om
Voor werkzaamheden die buiten dit plan om moeten plaatsvinden aan de appartementsrechten aan [straatnaam 2], [straatnaam 3] en de [straatnaam], zoals daar zijn reparatie van lekkages, graffitiverwijdering of herstel van andere ontstane schades, geldt dat deze dienen te worden hersteld op initiatief en kosten van de betreffende individuele eigenaren of van de groepen eigenaren, zoals genoemd in artikel E.3.
Artikel E.9Niet-nakoming door de eigenaren
Indien eigenaren hun verplichtingen ten aanzien van onderhoud niet nakomen, maant het bestuur hen eenmaal schriftelijk aan dit alsnog te doen. Indien deze verplichtingen dan wederom niet worden nagekomen, stelt het bestuur hen in gebreke. Wanneer uitvoering door de eigenaren niet plaatsvindt binnen de in de gebrekestelling genoemde termijn, kan het bestuur de betreffende verplichtingen uitvoeren of doen uitvoeren en eventuele kosten op de betreffende eigenaar of eigenaren verhalen.
Artikel E.10 Afsluitende bepaling inzake onderhoud
Onverkort het bepaalde in artikel A.2, geldt voor situaties waarin deze onderhoudsregeling niet voorziet, dat de vergadering beslist.”
Het verzoek en de beslissing in eerste aanleg
De beoordeling in hoger beroep
- dat het onderhoudsplan voor de collectieve delen wordt vastgesteld door de vergadering, op voorstel van het bestuur;
- dat het onderhoudsplan voor de blokken door de desbetreffende appartementseigenaren in gezamenlijk overleg, als ware het een vereniging van eigenaars, wordt opgesteld danwel gewijzigd.
daarnaasteigen onderhoudsplannen kennen. Als vervolgens in artikel E.5, met als kopje “vaststellen onderhoudsplan” staat dat het onderhoudsplan van de collectieve delen wordt vastgesteld door de vergadering, op voorstel van het bestuur, en dat de onderhoudsplannen van de blokken worden opgesteld door de blokken, dan valt daaruit niet af te leiden dat ook die laatste onderhoudsplannen moeten worden goedgekeurd en vastgesteld door de vergadering. Dat laatste wordt onderstreept door het feit dat in het overgelegde stuk waarin de wijziging van het huishoudelijk reglement is vastgelegd (productie 4, overgelegd door [appellanten] bij brief van 23 augustus 2017) is te zien dat een eerdere formulering, waarin ten aanzien van de blokken aan de [straatnaam] gold dat het onderhoudsplan van de blokken zou worden vastgesteld door de algemene vergadering van eigenaars, juist is komen te vervallen (oude, vervallen versie:
“Het onderhoudsplan wordt vastgesteld door de vergadering. De procedure voor vaststelling is als volgt: (…) (v)oor het onderhoud van de woningen aan de [straatnaam], doet het bestuur een voorstel, na overleg met en op voorstel van de bewoners van de [straatnaam].”). De VvE heeft ook nog aangevoerd dat het onderhoudsplan van de blokken binnen het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) moet passen en dat het bestuur en als laatste de algemene vergadering van eigenaars daar controle op uitoefent. In reactie hierop heeft [appellanten] erop gewezen dat uit de wijziging van het huishoudelijk reglement juist het tegendeel blijkt, aangezien op pagina 5 staat:
“Het Bestuur draagt zorg voor een door de vergadering goed te keuren (…) meerjarenplanning voor het onderhoud van de gemeenschappelijke delen K (parkeerdak), L (parkeergarage) en M (gemeenschappelijk terrein & plantenbak) en voor de uitvoerig hiervan.”. Nu de VvE daarop niet heeft aangegeven waaruit blijkt dat de onderhoudsplannen van de blokken binnen het MJOP moeten passen en dat zij daarop worden getoetst, gaat ook dat argument niet op, daargelaten nog dat ook bij een dergelijke toetsing beslissingsbevoegdheid (binnen de marges van zo’n toetsing) is overgedragen. De conclusie is dat artikel E.5 inhoudt dat de beslissingsbevoegdheid omtrent het vaststellen van het onderhoudsplan van de blokken die volgens het splitsingsreglement bij (organen van) van de VvE ligt, naar de blokken wordt overgeheveld.