Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 24 december 2019
STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND,
Het verloop van het geding
De beoordeling van het hoger beroep
spoedeisendbelang bij haar vorderingen heeft. De kort geding rechter dient overigens, ook in hoger beroep, zo nodig ambtshalve te onderzoeken of spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening(en) bestaat, zie o.m. punt 2.11 van de conclusie van de AG bij HR 31-05-2002 (NJ 2003, 343), onder verwijzing naar HR 02-02-1968, NJ 1968, 62. Het hof zal nu eerst deze ‘geen belang’-verweren van de Staat beoordelen.
Spoedeisend belang (…)– heeft SIO benadrukt dat de (concept)aanwijzing geheel op het Rapport is gebaseerd. Daaraan heeft zij toegevoegd dat zij er ‘dus’ belang bij heeft dat wordt vastgesteld of het Rapport onrechtmatig is. In punt 48 PA heeft SIO nader toegelicht dat het ‘uiteraard’ voor haar van groot belang is dat een rechter oordeelt dat het Rapport onrechtmatig is en ingetrokken moet worden. In punt 37 PA heeft SIO – kennelijk met artikel 3:9 Awb Pro in gedachten – opgemerkt dat als de Amsterdamse bestuursrechter oordeelt dat het Rapport onjuist is, dat een zodanig gat slaat in de motivering van de aanwijzing, dat de aanwijzing niet in stand kan blijven. Het hof begrijpt uit deze stellingen van SIO dat zij met haar intrekkingsvordering A beoogt te doen vaststellen dat het rapport onrechtmatig is en op grond daarvan ‘niet meer bestaat’, in de verwachting/hoop dat de Amsterdamse bestuursrechter dan van de onrechtmatigheid en het ’niet meer bestaan’ van het Rapport zal uitgaan en de aanwijzing wegens het ontbreken van een (deugdelijke) motivering zal vernietigen. Hiermee miskent SIO evenwel dat een uitspraak van de kortgedingrechter slechts een voorlopige voorziening betreft en op geen enkele wijze de beslissing van de bodemrechter behoort te prejudiciëren (artikel 257 Rv Pro). De – als bodemrechter aan te merken – Amsterdamse bestuursrechter moet zich bij zijn beslissing over de aanwijzing dan ook niets aantrekken van hetgeen in dit kort geding over de al dan niet onrechtmatigheid van het Rapport zou worden geoordeeld. In zoverre heeft SIO geen rechtens te respecteren belang bij haar vordering A en haar daarop voortbouwende vordering B.
Astellas/Synthon’ (ECLI:NL:HR:2016:666), waarin verwezen wordt naar de arresten van 3 september 1993 (ECLI:NL:HR:1993:ZC1050) en 22 september 2006 ‘
Land Aruba/NMT’ (ECLI:NL:HR:2006:AX9705).
Land Aruba/NMT’ heeft de HR het volgende overwogen, voor zover hier van belang en enigszins verkort weergegeven: