ECLI:NL:GHDHA:2019:535
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- J.A. van Kempen
- J.M. van Baardewijk
- K. van Barneveld-Peters
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing vervangende toestemming verhuizing met minderjarigen na belangenafweging
De moeder verzocht om vervangende toestemming voor verhuizing met de minderjarige kinderen naar een andere woonplaats en om inschrijving van de kinderen op een nieuwe school. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, maar de moeder ging in hoger beroep. De vader voerde verweer en stelde onder meer dat het belang van de kinderen beter gediend was met verblijf bij hem.
Het hof overwoog dat de moeder reeds was verhuisd, maar dat de kinderen feitelijk bij de vader verbleven en het goed met hen ging. De moeder had de noodzaak van verhuizing onvoldoende onderbouwd. Het belang van de kinderen bij continuïteit, rust en regelmaat en het behoud van contact met de vader woog zwaarder dan het belang van de moeder om te verhuizen.
Daarom werd het verzoek tot vervangende toestemming tot verhuizing en inschrijving op een nieuwe school afgewezen. De hoofdverblijfplaats werd juridisch vastgesteld bij de vader en de zorgregeling werd aangepast waarbij de kinderen in het weekend bij de moeder verblijven en de ouders het halen en brengen in onderling overleg verdelen. Het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie werd ingetrokken.
Uitkomst: Verzoek moeder tot vervangende toestemming verhuizing met minderjarigen wordt afgewezen; hoofdverblijfplaats vastgesteld bij vader met aangepaste zorgregeling.