Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verloop van het geding
2.Inleiding
- ii) In 2011 heeft [appellant] last gekregen van zijn onderrug. In 2015 zijn de klachten verergerd. Er bleek sprake te zijn van chronische discopathie en mediane discusprotrusie, veroorzaakt door overbelasting van de rug. [appellant] is in augustus 2015 arbeidsongeschikt geraakt voor zijn eigen werkzaamheden.
- iii) De bedrijfsarts heeft [appellant] per 9 januari 2017 volledig arbeidsgeschikt geacht.
- iv) Op 27 juli 2017 heeft [appellant] zich wederom ziekgemeld wegens rugklachten.
- v) Eind september 2017 werkte [appellant] weer 4 uur per dag. Op 28 september 2017 heeft hij de bedrijfsarts bezocht, die heeft geadviseerd de werkzaamheden iedere week met 1 uur per dag uit te breiden. [appellant] zou dan per 23 oktober 2017 weer volledig aan het werk kunnen zijn.
- vi) In een brief van 2 oktober 2017 schrijft Verzuim Prevent, naar aanleiding van een terugkoppeling van de bedrijfsarts, aan [appellant] het volgende over diens beperkingen:
- vii) Op 23 oktober 2017 heeft [appellant] zijn werkzaamheden niet hervat, maar zich weer ziek gemeld. Op 30 oktober 2017 heeft [appellant] op eigen initiatief het werk weer hervat, zij het voor een halve dag in plaats van een hele.
- viii) Op 31 oktober 2017 heeft [appellant] over zijn verzuim een gesprek gehad met Krohne. Bij brief van 3 november 2017 heeft Krohne, met als vermelding “bevestiging gesprek re-integratie”, aan dat gesprek van 31 oktober 2017 gerefereerd en aan [appellant] geschreven dat hij zich niet aan zijn re-integratieverplichtingen heeft gehouden en dat hij zich ten onrechte ziek heeft gemeld. Krohne schrijft dat de bedrijfsarts van mening is dat [appellant] geen beperking heeft in arbeidsuren en dat hij zijn huidige werkzaamheden in volledige arbeidsdagen kan voortzetten. Krohne schrijft verder dat zij geen reden heeft om aan het oordeel van de bedrijfsarts te twijfelen en kondigt een loonstop aan wanneer [appellant] zich weer niet houdt aan zijn re-integratieverplichtingen.
- ix) Bij brief van 4 november 2017 heeft Krohne aan [appellant] bericht dat hij maandag 6 november 2017 op het werk verwacht werd.
- x) Bij brief van 6 november 2017 heeft Krohne aan [appellant] geschreven dat zijn loon per direct wordt stopgezet omdat hij die dag niet op het werk is verschenen.
- xi) [appellant] heeft op 7 november 2017 een deskundigenoordeel bij het UWV gevraagd. Hij heeft het UWV een oordeel gevraagd over zijn geschiktheid voor zijn werk. In een begeleidende brief schrijft [appellant] onder meer: