Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor verduistering en subsidiair wederrechtelijke toe-eigening van een identiteitskaart en/of geldbedrag van een ander. De rechtbank had verdachte deels veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte geld of een identiteitskaart uit de portemonnee van de aangeefster had weggenomen. Verdachte had de identiteitskaart slechts kort in bezit en er was geen bewijs van een daadwerkelijke daad van toe-eigening.
Daarnaast was vastgesteld dat verdachte een hotelreservering had gemaakt onder de naam van de aangeefster, maar er was geen bewijs dat de identiteitskaart daadwerkelijk was gebruikt. De enkele omstandigheid dat de kaart in een geleende jas zat en dat verdachte zich als aangeefster meldde, was onvoldoende voor een veroordeling.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke werkstraf werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. Het arrest werd gewezen door het hof Den Haag op 10 april 2019.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke toe-eigening van de identiteitskaart.