ECLI:NL:GHDHA:2019:860
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H. van den Heuvel
- M.C.R. Derkx
- B.P. de Boer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet voldoen schriftelijke volmacht hoger beroep
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 3 april 2019 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2018.
Het hof constateerde dat noch de verdachte noch een gemachtigde raadsman bij de terechtzitting in hoger beroep aanwezig waren. Het hoger beroep was ingesteld door een schriftelijke volmacht die door de advocaat namens de verdachte was verleend aan een griffiemedewerker. Deze volmacht voldeed echter niet aan de eisen van artikel 450 Sv Pro, omdat essentiële verklaringen ontbraken en er geen adres voor verzending van de appeldagvaarding was vermeld.
Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad en de wettelijke vereisten oordeelde het hof dat de verdachte niet op de voorgeschreven wijze hoger beroep had ingesteld. Ondanks dat de advocaat meende aan de formele vereisten te hebben voldaan en de griffie mogelijk niet had gewezen op de gebreken, was dit onvoldoende om de niet-ontvankelijkheid te voorkomen.
Het hof verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees de zaak af op formele gronden.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet voldoen aan wettelijke eisen voor schriftelijke volmacht.