De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een voertuig onder invloed van cannabis met een THC-gehalte van 19 microgram per liter bloed, wat de wettelijke grenswaarde overschrijdt. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw beoordeeld.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 26 januari 2018 te Rotterdam een personenauto bestuurde onder invloed van cannabis. De verdediging voerde aan dat het cannabisgebruik medicinaal was vanwege pijnbestrijding, maar dit verweer werd verworpen omdat dit het rijden onder invloed niet rechtvaardigt.
Het hof formuleerde een kader voor de bestraffing van rijden onder invloed van drugs, waarbij bij enkelvoudig gebruik van cannabis boven de grenswaarde een geldboete van €850 en een rijontzegging van 6 maanden passend zijn. Vanwege gevaarlijk verkeersgedrag, waaronder rijden zonder verlichting, slingeren en negeren van een rood verkeerslicht, werd een onvoorwaardelijke geldboete en rijontzegging opgelegd.
De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De opgelegde geldboete kan in termijnen worden betaald, en bij niet-betaling wordt deze vervangen door hechtenis. De rijontzegging duurt zes maanden.