De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een voertuig onder invloed van amfetamine en alcohol, met een taakstraf van 50 uur en een rijontzegging van 12 maanden. In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring dat de verdachte op 18 juli 2017 in Bodegraven een personenauto bestuurde met een bloedconcentratie van 55 microgram amfetamine per liter en 1,01 milligram alcohol per milliliter, beide boven de wettelijke grenswaarden.
Het hof formuleert een kader voor de bestraffing van rijden onder invloed van drugs, alcohol en de combinatie daarvan, waarbij het risico op verkeersgevaar wordt meegewogen. Het hof stelt vast dat er geen wetenschappelijk onderbouwde methode bestaat om de mate van gevaarzetting bij combinatiegebruik exact te bepalen, waardoor de strafmaat wordt gebaseerd op de overschrijding van de grenswaarden en persoonlijke omstandigheden.
Gezien het ontbreken van relevante recidive en gevaarlijk verkeersgedrag, legt het hof een taakstraf van 40 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De eerdere straf van 50 uur taakstraf wordt daarmee gematigd. De tijd dat het rijbewijs was ingevorderd wordt in mindering gebracht op de ontzegging.
De verdachte wordt vrijgesproken van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen zijn verklaard. Het arrest is gewezen door het hof Den Haag op 6 mei 2019.