ECLI:NL:GHDHA:2020:1549
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen wegens onterecht aftrekken partneralimentatie over 2012-2015
Belanghebbende bracht in zijn aangiften IB/PVV over de jaren 2012 tot en met 2015 telkens een bedrag van €3.600 in aftrek als partneralimentatie voor zijn ex-partner. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op omdat uit nader onderzoek bleek dat de betalingen feitelijk bestemd waren voor de kinderen en niet als partneralimentatie konden worden aangemerkt.
De Rechtbank oordeelde dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en wees het beroep van belanghebbende af. Het Hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de betalingen in rechte vorderbaar zijn als partneralimentatie. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen sprake is van een weloverwogen standpuntbepaling van de Inspecteur.
Daarnaast oordeelt het Hof dat de belastingrente terecht en volgens de wettelijke bepalingen is berekend en opgelegd. Klachten over de Belastingdienst dienen via een aparte klachtenprocedure te worden ingediend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de navorderingsaanslagen en belastingrente terecht zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.