ECLI:NL:GHDHA:2020:1686
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet toekennen dwangsom bij parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd die ambtshalve werd vernietigd. Ondanks indienen van een bezwaarschrift ontkende de Heffingsambtenaar ontvangst en reageerde te laat op het bezwaar. Belanghebbende stelde de Heffingsambtenaar in gebreke en vroeg een dwangsom toe te kennen.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof oordeelde dat het tweede bezwaarschrift als beroepschrift had moeten worden doorgezonden en dat het beroep ontvankelijk was. Het Hof stelde vast dat het eerste bezwaarschrift tijdig en correct was verzonden en ontvangen.
Het Hof overwoog dat de Heffingsambtenaar te laat op het bezwaar had beslist en daardoor een dwangsom verbeurde. Gelet op de wettelijke bepalingen stelde het Hof de maximale dwangsom vast op €1.260. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Hof stelt vast dat de Heffingsambtenaar een dwangsom van €1.260 verschuldigd is wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar en veroordeelt hem in proceskosten en griffierecht.