Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 29 september 2020
Tealinez B.V.,
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
9)
afhankelijk is van: (…)
Gerechtshof Den Haag
Tealinez B.V. is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin haar vordering tot betaling van een restschuld uit een effectenleaseovereenkomst werd afgewezen wegens verjaring.
De effectenleaseovereenkomst tussen Dexia Bank en geïntimeerde liep van 1999 tot 2002. Na beëindiging vorderde Dexia betaling van een restschuld, waarop een verstekvonnis werd uitgesproken in 2003. Later werd Dexia's vordering overgedragen aan Tealinez. Geïntimeerde tekende verzet aan tegen het verstekvonnis met een beroep op verjaring en rechtsverwerking.
Het hof oordeelt dat de vordering niet verjaard is door de stuitende werking van de procedure en het verzet. De WCAM-overeenkomst, die een collectieve regeling voor effectenleaseproducten betreft, is van toepassing en vermindert de vordering. Het hof wijst de vordering toe tot € 11.112,66 plus contractuele rente, voor zover deze niet hoger is dan de wettelijke rente. Rechtsverwerking en misbruik van bevoegdheid worden verworpen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering gedeeltelijk toegewezen tot € 11.112,66 plus rente, verstekvonnis vernietigd wegens verjaring niet van toepassing.