Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 29 september 2020
[werknemer],
Uitzendbureau Solutions B.V.,
Het verdere verloop van het geding
Verdere beoordeling van het hoger beroep
a) Wat is vanaf 24 maart 2016 tot heden de ontwikkeling geweest van de arbeids(on)geschiktheid van [werknemer], en in hoeverre had/heeft [werknemer] in deze periode beperkingen op grond waarvan hij (tijdelijk of blijvend) geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt was/is voor zijn eigen werk bij De Jong Eco Cups?
b) Wenst [werknemer] op dit moment alsnog toelating tot de werkzaamheden bij De Jong Eco Cups via Solutions?
Het hof merkt hierbij op dat als [werknemer] dit wenst, maar nog niet volledig arbeidsgeschikt is, voor zijn vordering tot wedertewerkstelling ingevolge artikel 7:658b BW overlegging van een deskundigenoordeel van het UWV noodzakelijk is. Indien [werknemer] op dit moment nog (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is, verzoekt het hof [werknemer] toe te lichten wat de reden is dat hij een dergelijk deskundigenoordeel niet heeft overgelegd.
Wettelijke verhoging
Vermindering van eis: vorderingen beperkt tot de periode tot 11 juni 2018
Vermeerdering van eis: verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en billijke vergoeding
Loon over de periode 24 maart 2016 tot en met 23 maart 2017
Loon over de periode 24 maart 2017 tot en met 12 januari 2018
voor zijn eigen werk. Dit vindt geen steun in het rapport van het arbeidsdeskundig onderzoek van 14 februari 2017 (Eerstejaars Ziektewet-beoordeling) (productie 28 bij verweerschrift in eerste aanleg), waarin de vraag werd beantwoord of [werknemer] op 23 maart 2017 meer dan 65% van het maatmanloon kan verdienen. De arbeidsdeskundige schrijft daarin dat [werknemer] vanwege beperkingen zijn werk als machine operator niet meer kan doen, maar dat hij nog wel in staat is tot het verrichten van andere functies. Dat [werknemer] zijn eigen werk in de betreffende periode wel weer volledig kon doen, vindt evenmin steun in de brief van 8 mei 2017 (productie 15 bij inleidend verzoekschrift) van de heer A. Hofman, de behandelend plastisch chirurg. In deze brief schrijft de heer Hofman aan de bedrijfsarts van Solutions dat er naast functieverlies over het traject van de FDS pees, waarvan [werknemer] weinig hinder ondervond, tevens nog sprake was van pijnklachten ter hoogte van het DIP gewricht. Volgens de heer Hofman was er uiteraard nog geen eindsituatie bereikt en was er op dat moment geen goede inschatting te maken in hoeverre werkhervatting een belemmerend effect zou hebben op het herstel van [werknemer], waarbij hij opmerkt dat het herstel op zich zeker nog een half jaar op zich zou laten wachten. [werknemer] stelt naar aanleiding van deze brief zelf (onder 5.9 van het inleidend verzoekschrift) dat de heer Hofman op 8 mei 2017 de Arboarts heeft geïnformeerd dat [werknemer] nog circa zes maanden arbeidsongeschikt zou zijn. Dat [werknemer] volledig arbeidsgeschikt was voor zijn eigen werk blijkt evenmin uit de producties 16 en 18 bij inleidend verzoekschrift waarnaar [werknemer] verwijst. Ook uit het feit dat [werknemer] zich in het inleidend verzoekschrift van 22 juni 2017 onder 5.23 beschikbaar stelt voor het verrichten van “passende arbeid in overleg met zijn chirurg en de arboarts” kan niet worden afgeleid dat [werknemer] ten tijde van het indienen van het verzoekschrift volledig arbeidsgeschikt was voor zijn eigen werk. Het hof acht, gelet op deze informatie, niet aannemelijk dat de bedrijfsarts [werknemer] in de periode van 24 april 2017 tot aan zijn volgende operatie op 19 juli 2017 voor 100% arbeidsgeschikt zou hebben bevonden.
Loon over de periode 13 januari 2018 tot en met 10 juni 2018
Feestdagen
- tot 1 juli 2016 was sprake van een fase 2-overeenkomst met uitzendbeding (zie hierboven). Over die periode heeft [werknemer] op grond van artikel 28 lid 1 van Pro de toenmalige NBBU-CAO recht op een vergoeding voor feestdagen krachtens de in de cao omschreven reserveringssystematiek;
- vanaf 1 juli 2016 is sprake van een fase 3-overeenkomst, zonder uitzendbeding. Over die periode heeft [werknemer] op feestdagen waarop vanwege die feestdag niet gewerkt wordt op grond van artikel 28 lid 3 van Pro de toenmalige NBBU-CAO recht op doorbetaling van het feitelijk loon.
Daarbij verzoekt het hof tevens om in de nieuwe berekening duidelijk aan te geven welke feestdag hoort bij welke aanspraak, en om eventuele dubbeltellingen (weken waarin in de Excel-sheet zowel een vergoeding voor een feestdag wordt geclaimd als 40 uur loon) te corrigeren of nader toe te lichten.