Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
vakantie € 41,67
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn gehuwd sinds 2013 en zijn in 2020 gescheiden. De rechtbank had de man veroordeeld tot het betalen van €160 partneralimentatie per maand. De vrouw ging in hoger beroep en vorderde een hogere alimentatie van €1.659 per maand, gebaseerd op een hogere behoefte en draagkracht van de man.
Het hof onderzocht de behoefte van de vrouw, waarbij het aflossen van voorhuwelijkse schulden een belangrijke rol speelde. Het hof oordeelde dat deze aflossingen het welstandsniveau tijdens het huwelijk hebben gedrukt en dat dit moet worden meegenomen bij de behoeftebepaling. De vrouw kon medisch gezien niet meer dan 24 uur per week werken, wat haar draagkracht beperkte.
De man had zijn inkomen verlaagd door te stoppen met nachtdiensten vanwege gezondheidsklachten, wat het hof niet verwijtbaar achtte. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €83 bruto per maand. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de partneralimentatie van €160 per maand en wijst het hoger beroep van de vrouw af.