Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 20 oktober 2020
[appellant] ,
Stichting Woonbron,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
eerstegrief (en deels ook de tweede grief) heeft de kantonrechter de comparitie van partijen ten onrechte niet aangehouden en [appellant] zodoende een mogelijkheid ontnomen om zijn zaak persoonlijk te bepleiten en te onderzoeken of er mogelijkheden waren om een ontbinding van de huurovereenkomst te voorkomen. De kantonrechter had de ‘equality of arms’ voor ogen moeten houden en had [appellant] moeten aansporen een advocaat in te schakelen. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft [appellant] nog betoogd dat de zaak om die reden moet worden terugverwezen naar de kantonrechter.
tweedegrief is gericht tegen toewijzing van de ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en veroordeling van [appellant] in de proceskosten. Volgens [appellant] heeft de kantonrechter geen aandacht geschonken aan de informatie die de zus van [appellant] had gegeven over zijn opname in het ziekenhuis, zijn ernstige gezondheidsproblemen en evenmin aan het feit dat Flexibel Wonen een project was voor personen die niet zonder meer zelfstandig konden wonen. Ter onderbouwing heeft [appellant] medische verklaringen overgelegd. [appellant] heeft voorts aangevoerd dat hij wel degelijk in de woning woonde en dat hij een normaal gebruik had van energie. [appellant] heeft een overzicht van Eneco overgelegd met energienota’s en betalingen in de periode van 24 oktober 2016 tot en met 3 juni 2019. Ook heeft hij aankoopnota’s uit 2013 van meubilair en keukenapparatuur overgelegd. De woning was volgens [appellant] gemeubileerd. De enige ruimte die de medewerker van Woonbron wilde zien was de slaapkamer. Daar lag inderdaad een matras op de grond omdat hij geen geld had om een nieuw bed te kopen. Verder heeft [appellant] er op gewezen dat hij volgens de Basisregistratie Personen steeds ingeschreven heeft gestaan op het adres van het gehuurde en dat de gemeente Rotterdam bij brief van 18 december 2018 dat ook heeft bevestigd. Tot slot heeft hij aangevoerd dat hij geen contact met de buren had en dat hij de vuilniszak waarover was geklaagd bij Woonbron na korte tijd heeft weggehaald.
derdegrief wordt aangevoerd dat de echtgenote van [appellant] ([echtgenote van Sabar]) vanaf de datum van het huwelijk (15 november 2018) beschouwd moet worden als medehuurster. Aangezien de procedure alleen tegen [appellant] was gericht en niet tegen [echtgenote van Sabar] had de huurovereenkomst in ieder geval niet ten opzichte van haar ontbonden kunnen worden. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft [appellant] nog aangevoerd dat in eerste aanleg [echtgenote van Sabar] als partij in het geding had moeten worden opgeroepen.