ECLI:NL:GHDHA:2020:2571
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag accijns bunkervrijstelling binnenvaartschip
Belanghebbende, eigenaar van een binnenvaartschip, kreeg een naheffingsaanslag accijns opgelegd wegens het aantreffen van gasolie met onvoldoende Solvent Yellow in de bunkertanks. De Inspecteur stelde dat de gasolie niet voldeed aan de voorwaarden voor de accijnsvrijstelling volgens artikel 66 van Pro de Wet op de accijns. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag en boete.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de bunkerolie uitsluitend werd gebruikt voor voortstuwing en dat de formele eis van het gehalte Solvent Yellow niet tot naheffing mocht leiden, mede gelet op het vertrouwen in reguliere leveranciers en de brancheorganisatie. Het Hof nam aan dat de materiële voorwaarde voor de vrijstelling was vervuld en dat de formele norm een zuiver formeel vereiste is ter voorkoming van misbruik.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag en boete onterecht waren opgelegd en vernietigde deze. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van griffierechten. De uitspraak is gebaseerd op een gedegen toetsing van de feiten, wet- en regelgeving, en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie EU.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden vernietigd omdat de materiële voorwaarde voor de bunkervrijstelling is vervuld en de formele norm niet tot naheffing mag leiden.