ECLI:NL:GHDHA:2020:2896
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd naar aanleiding van een boekenonderzoek over de periode van 1 augustus 2011 tot en met 30 september 2013. De Inspecteur verklaarde de bezwaren tegen deze aanslagen en boetes niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, waarbij werd aangenomen dat de bezwaren pas op 27 oktober 2017 waren ontvangen.
De Rechtbank oordeelde dat de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen terecht niet-ontvankelijk waren, maar dat de bezwaren tegen de boetebeschikkingen ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard. Belanghebbende stelde dat pro forma bezwaarschriften al op 29 juli 2015 waren ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken met bewijs van verzending.
In het hoger beroep bevestigt het Hof de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen vanwege termijnoverschrijding en het ontbreken van bewijs dat de bezwaren tijdig waren ingediend. Het Hof stelt vast dat de Rechtbank onjuist was in haar verdeling van de bewijslast omtrent de boetebeschikkingen en vernietigt het vonnis voor zover het de boetebeschikkingen betreft, waarbij de beslissing van de Inspecteur wordt bevestigd.
De boetes werden verminderd door de Rechtbank en deze beslissingen blijven in stand. Proceskosten en griffierechten worden door partijen zelf gedragen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond, waarbij de beslissing van de Inspecteur wordt bevestigd.