Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : 6222140 RL EXPL 17-19830
arrest van 24 maart 2020
Coöperatie Royal FloraHolland U.A.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
grief Ikomt de curator op tegen het oordeel van de kantonrechter dat er geen sprake is van een in strijd met artikel 23 Fw Pro gedane betaling nu de op naam van BB staande bankrekening ten tijde van de faillietverklaring een negatief saldo vertoonde.
Grief IIis gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de op 3 oktober 2012 aan RFH gedane betaling geen handeling betreft die het onder het faillissement vallende vermogen in de zin van artikel 20 Fw Pro raakt en de boedel van BB door die betaling niet is gewijzigd. Met
grief IIIbeklaagt de curator zich erover dat de kantonrechter de in het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:689; JPR/Gunning) geformuleerde rechtsregel – dat de curator steeds het betaalde kan terugvorderen waarmee na het intreden van de faillissementstoestand de rekening van de schuldeiser is gedebiteerd – niet op het onderhavige geval van toepassing heeft geacht.
Grief IVtenslotte richt zich tegen de afwijzing van de vordering in het algemeen en tegen de proceskostenveroordeling.
Beslissing
opnieuw rechtdoende: