Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 21 april 2020
[appellant] ,
1. [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de Rotterdam van 29 augustus 2018;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 2] tot op heden begroot op € 5.270,- aan verschotten en € 6.321,- aan salaris advocaat, en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 82,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;