ECLI:NL:GHDHA:2020:921
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankwaarden onroerende zaken na hoger beroep WOZ-waarde
Belanghebbende is eigenaar van twee bovenwoningen die in 2017 zijn gekocht en volledig gerenoveerd. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarden aanvankelijk vast op €650.000 en €390.000, later verlaagd naar €550.000 en €380.000. De rechtbank stelde de waarden vervolgens vast op €526.500 en €346.500, waarbij zij oordeelde dat de heffingsambtenaar de hogere waarden onvoldoende had onderbouwd.
In hoger beroep stonden partijen verdeeld over de juiste waardes, waarbij belanghebbende lagere waarden bepleitte en de heffingsambtenaar vasthield aan de hogere waarden. Het hof oordeelde dat de rechtbank een zorgvuldige analyse had gemaakt en dat de lagere waarden van €526.500 en €346.500 terecht waren vastgesteld, mede gelet op de koopprijs, renovaties en vergelijkingsobjecten.
Het hof verwierp de argumenten van beide partijen om de rechtbankwaarden aan te passen, omdat geen van beiden voldoende feiten en omstandigheden aannemelijk had gemaakt die aanleiding gaven tot wijziging. Het hoger beroep en het incidentele hoger beroep werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling in hoger beroep uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de rechtbankwaarden van €526.500 en €346.500 voor de onroerende zaken en verklaart het hoger beroep ongegrond.