ECLI:NL:GHDHA:2020:992
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Matiging contractuele boete wegens buitensporig resultaat in huurovereenkomst winkelruimte
In deze zaak staat een huurovereenkomst voor een winkelruimte centraal, waarbij de huurder vanaf januari 2017 de huur niet heeft voldaan. De verhuurder vordert betaling van achterstallige huur, contractuele boetes en schadevergoeding. De huurovereenkomst is ontbonden per 11 september 2017.
De huurder stelde dat hij vanaf januari 2017 geen huur meer verschuldigd was en dat de boete niet verschuldigd was, dan wel gematigd moest worden. Het hof oordeelt dat de huurder gehouden is tot betaling van de huur tot de ontbinding en dat de boete over de periode januari tot september 2017 verschuldigd is. De vordering van wettelijke rente wordt afgewezen omdat de contractuele boete in de plaats treedt van wettelijke schadevergoeding.
Het hof wijst een schadevergoeding toe over de periode na ontbinding tot het moment dat de verhuurder een nieuwe huurder vond, maar wijst de gevorderde schade over de huurvrije periode af wegens onvoldoende onderbouwing. De contractuele boete wordt gematigd van €13.500,- naar €1.500,- wegens een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat. Verder worden buitengerechtelijke kosten toegewezen en worden proceskosten deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof matigt de contractuele boete tot €1.500,- en veroordeelt de huurder tot betaling van achterstallige huur, schadevergoeding en kosten.