ECLI:NL:GHDHA:2021:128
Gerechtshof Den Haag
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking eigen risicodragerschap WGA wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar
Belanghebbende werd per 1 juli 2011 als eigen risicodrager (ERD) voor de Werkhervattingskas Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) aangemerkt door de Inspecteur. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam verklaarden het beroep ongegrond. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraken en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof oordeelt dat de Inspecteur weliswaar aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikking is verzonden, maar belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de beschikking niet heeft ontvangen, waardoor het vermoeden van ontvangst wordt betwist. Hierdoor is het bezwaar ontvankelijk. Het Hof beoordeelt inhoudelijk dat de garantiestelling voor het ERD-schap met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011 is beëindigd, waardoor belanghebbende geen ERD is geweest en dit ook nooit heeft beoogd.
Het Hof vernietigt daarom de beschikking ERD en de eerdere uitspraken van de rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam. Tevens veroordeelt het Hof de Inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van griffierechten. De zaak is finaal beslecht zonder nader feitenonderzoek.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beschikking eigen risicodragerschap WGA is ontvankelijk verklaard en de beschikking is vernietigd.