ECLI:NL:CRVB:2013:2813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar na langdurige impasse en weigering medewerking onderzoek
Appellante was jarenlang herplaatsingskandidaat bij de gemeente Groningen en heeft diverse tijdelijke werkzaamheden verricht. Na het bereiken van een impasse, mede door haar weigering mee te werken aan een onderzoek naar haar arbeidsmogelijkheden, besloot het college haar te ontslaan op grond van artikel 8:8 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Groningen (ARG).
Het ontslag werd aangevochten, evenals besluiten over salarisomzetting, plaatsing, en bezwaartermijnen. De Raad oordeelde dat het college terecht tot ontslag is overgegaan omdat de arbeidsrelatie uitzichtloos was geworden en appellante onvoldoende medewerking verleende. De omzetting naar de nieuwe salarisstructuur was correct, en bezwaren tegen plaatsing en bijlagen bij pleitnota waren niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang of omdat het geen besluiten betroffen.
De Raad bevestigde de meeste aangevallen uitspraken van de rechtbank, maar vernietigde het oordeel over de matiging van de vergoeding van bezwaarkosten voor besluiten 4 en 5, en kende appellante een hogere vergoeding toe. Tevens werden de proceskosten van appellante deels toegewezen.
Uitkomst: Ontslag van appellante wordt bevestigd; bezwaren grotendeels niet-ontvankelijk verklaard; hogere vergoeding bezwaarkosten toegekend.