Belanghebbende, bestuurder en voormalig aandeelhouder van een vennootschap, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting van de vennootschap. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat belanghebbende als huidige bestuurder voor de tijdvakken november 2018 tot en met januari 2019 geen tijdige en rechtsgeldige melding van betalingsonmacht heeft gedaan, waardoor hij aansprakelijk blijft voor deze belastingschulden. Voor het tijdvak februari 2019, waarin belanghebbende als gewezen bestuurder wordt aangemerkt, slaagt hij er wel in aan te tonen dat het niet betalen niet aan kennelijk onbehoorlijk bestuur is te wijten.
De aansprakelijkheid wordt daarom verminderd tot € 92.394. De belastingrente wordt niet aan belanghebbende toegerekend. Tevens wordt de Ontvanger veroordeeld in de proceskosten en dient het reeds betaalde griffierecht te worden vergoed.