Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 6 juli 2021
Stichting Participanten Warmond,
Lexence N.V.,
Het geding
De zaak in het kort
De feiten
doet, is voor EAIG niet aan de orde (...) daarop reagerend stelt de [betrokkene 2] dat niet aan het prospectus is voldaan omdat EAIG niet beschikt over grond, waarop in meerdere lagen appartementen mogen worden gebouwd
Het arrest van de Hoge Raad
De beoordeling van het hoger beroep na verwijzing
: “Het zou kunnen dat één of meer vennoten EAIG aansprakelijk stelt omdat zij onder valse voorwendselen in dit project getrokken zijn.”Gelet op de ernst van deze kwestie, acht het hof het niet aannemelijk dat dit tegenstrijdige belang - destijds - op eenvoudige wijze te overbruggen was.
“Zoals gezegd, lijken de Vennoten die in de raad van advies zitten nog niet te beseffen dat het Prospectus reeds op het moment van uitgifte onjuistheden bevatte”.Dat Lexence zich daarbij terdege bewust was van het feit dat de onjuistheid in het prospectus een punt betrof dat voor de participanten van belang was bij hun risicoanalyse, blijkt met zoveel woorden uit haar (hiervoor onder 2.13 geciteerde) memorandum van 20 juni 2005. In dat memorandum adviseert zij echter (niettemin) dat het aanbeveling verdient “
de discussie met de participanten te focussen op de koerswending van de gemeente na de levering van het perceel aan de C.V. en te proberen zomin mogelijk aandacht te besteden aan de bestuursrechtelijke situatie ten tijde van de uitgifte van het prospectus”.
‘zomin mogelijk aandacht te besteden aan de bestuursrechtelijke situatie ten tijde van de uitgifte van het prospectus’.
uiterlijk vier weken voor de zittingeen akte (desgewenst met relevante producties), aan het hof en de wederpartij toe te zenden, die vervolgens ter zitting kan worden genomen. Tevens zullen partijen de mogelijkheid hebben ter zitting spreekaantekeningen te gebruiken en deze over te leggen. Aangezien het hof al beschikt over het complete dossier tot dit arrest, is het overleggen van het dossier ten behoeve van de comparitie niet nodig.
De beslissing
vier wekenvoor het plaatsvinden van de comparitie van partijen een akte, desgewenst met aanvullende stukken, aan de griffie van het hof en de wederpartij zal toezenden, welke vervolgens ter zitting zal worden genomen;
de maanden september tot en met december 2021, waarna het hof een datum voor de comparitie zal bepalen;