Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 27 juli 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Oordeel van de Rechtbank
Hof].
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1921, volledig gerenoveerd na aankoop in 2014. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2018 vast op €888.000, gebaseerd op een taxatieverslag en een rekenkundige matrix met vergelijkingsobjecten in dezelfde buurt.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting, maar dit werd door de heffingsambtenaar en vervolgens door de Rechtbank afgewezen. In hoger beroep betwistte belanghebbende opnieuw de waarde, stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en beriep zich op het verbod van willekeur, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde aannemelijk heeft gemaakt met een systematische vergelijkingsmethode, waarbij rekening is gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlakte, bouwjaar en onderhoudstoestand. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel faalde omdat belanghebbende onvoldoende feiten en onderbouwing aanvoerde.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens wees het Hof een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 27 juli 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €888.000 bevestigd.