ECLI:NL:GHDHA:2021:1535
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- I. Reijngoud
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Geen individuele en buitensporige last door vermogensrendementsheffing in box 3
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de box 3-heffing over het jaar 2017, stellende dat deze heffing een individuele en buitensporige last voor hem vormt omdat het forfaitaire rendement veel hoger is dan het werkelijk behaalde rendement.
De rechtbank oordeelde dat, gelet op het aanzienlijke inkomen en vermogen van belanghebbende, de heffing niet als een individuele buitensporige last kan worden aangemerkt. Dit oordeel werd gebaseerd op vaste jurisprudentie waarin wordt vereist dat de last zich sterker moet laten voelen dan bij vergelijkbare belastingplichtigen.
Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat belastingheffing een inbreuk op eigendomsrechten is die gerechtvaardigd kan zijn door het algemeen belang, mits er een redelijke verhouding bestaat. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door de heffing zodanig wordt getroffen dat sprake is van een buitensporige last.
De omstandigheden van een eenmalige bate en het bezit van een woning die door zijn studerende zoon wordt bewoond, leiden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de box 3-heffing blijft ongewijzigd.