Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016 een onjuist bedrag aan te verrekenen loonheffing opgenomen. De Inspecteur legde een definitieve aanslag op waarbij werd afgeweken van de aangifte. Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel had geschonden en of de ontvangen vrijwilligersvergoeding onder de vrijwilligersvrijstelling viel.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet onzorgvuldig had gehandeld door de voorlopige aanslagen conform de door belanghebbende zelf verstrekte gegevens vast te stellen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen uitdrukkelijke standpuntbepaling door de Inspecteur was vastgesteld. De vrijwilligersvergoeding van € 1.795 overschreed het maximumbedrag van € 1.500, waarbij ook de kostenvergoeding moest worden meegerekend, zodat geen recht op de vrijstelling bestond.
Het Hof stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op € 25.159 na correctie van de kosten en vermindering van de belastingrente. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten en griffierechten.