ECLI:NL:GHDHA:2021:170
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek wegens onvoldoende verbetertraject en ontbreken verstoorde arbeidsrelatie
Esso heeft in hoger beroep verzocht de arbeidsovereenkomst met haar werknemer te ontbinden op grond van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter had het verzoek afgewezen omdat Esso geen reële mogelijkheid tot verbetering had geboden en onvoldoende inspanningen had verricht om de arbeidsrelatie te herstellen.
Het hof bevestigt dit oordeel. Het verbeterplan (PIP) dat op 2 september 2019 aan de werknemer werd voorgelegd, is niet uitgevoerd, waardoor de werknemer geen kans kreeg zijn functioneren te verbeteren. De werknemer heeft niet geweigerd mee te werken aan het verbeterplan, maar wel geweigerd het plan te ondertekenen. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat de arbeidsrelatie zodanig verstoord was dat voortzetting niet van Esso kon worden verlangd.
Esso heeft ook nagelaten mediation of andere interventies te initiëren om de verstoorde arbeidsrelatie te herstellen. Het hof oordeelt dat Esso in strijd heeft gehandeld met haar eigen gedragsregels door het verbetertraject niet voort te zetten na de klachtenbehandeling. Het ontbindingsverzoek wordt daarom bekrachtigd afgewezen en Esso wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het ontbindingsverzoek van Esso wegens onvoldoende uitvoering van het verbeterplan en het ontbreken van een ernstig verstoorde arbeidsrelatie.