ECLI:NL:GHDHA:2021:1747
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij belastingaanslag 2016
Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016, waarin de persoonsgebonden aftrek voor specifieke zorgkosten niet werd erkend. De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Belanghebbende stelde dat hij door verblijf in het buitenland en ziekte niet tijdig kon reageren.
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedroeg en dat het beroepschrift niet binnen deze termijn was ontvangen of ter post bezorgd. De omstandigheden van belanghebbende, waaronder verblijf in Irak en ziekte, maakten de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Het hof benadrukte dat het op de weg van belanghebbende lag om zijn post adequaat te laten beheren.
Daarom bevestigde het hof de uitspraak van de Rechtbank en kwam niet toe aan inhoudelijke behandeling van de aanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.