ECLI:NL:GHDHA:2021:1759
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wegenheffing waterschap ondanks geen gebruik van wegen
Belanghebbende is ingeschreven en woont in het gebied van het waterschap Hollandse Delta en kreeg voor 2019 een aanslag wegenheffing opgelegd. Hij maakte bezwaar omdat hij en zijn vrouw geen gebruik kunnen maken van de wegen waarvoor de heffing geldt. De Heffingsambtenaar stelde dat voor de heffing alleen het ingezetenschap en het gebruik van woonruimte binnen het gebied van belang zijn.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Het hof overwoog dat de wet en de verordening duidelijk bepalen dat de wegenheffing wordt geheven van ingezetenen die gebruik hebben van woonruimte binnen het waterschapsgebied, ongeacht het daadwerkelijke gebruik van de wegen.
Belanghebbende voerde ook aan dat hij bij woonplaats in Dordrecht of Rotterdam niet belastingplichtig zou zijn, wat een schending van het gelijkheidsbeginsel zou zijn. Dit werd verworpen omdat hij niet aannemelijk maakte dat sprake is van ongelijke gevallen. Het hof wees verder op het ontbreken van aanleiding voor een proceskostenveroordeling en benadrukte dat het oordeel over billijkheid van de wet aan de wetgever is voorbehouden.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de rechtmatigheid van de wegenheffing ondanks het niet-gebruik van de wegen door belanghebbende.