Belanghebbende had de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016 niet tijdig ingediend, waarna de Inspecteur ambtshalve een aanslag oplegde op een belastbaar inkomen van €46.646. Belanghebbende betwistte dit bedrag en stelde dat slechts een deel van de uitbetaling betrekking had op 2016 en dat zij aftrekbare kosten had.
De Rechtbank wees het beroep grotendeels af, maar matigde de verzuimboete naar nihil vanwege bijzondere omstandigheden. Het Gerechtshof oordeelde dat slechts het deel van €29.700 dat betrekking heeft op de in 2016 verleende zorg in aanmerking moet worden genomen, conform het realisatiebeginsel en goedkoopmansgebruik. De Inspecteur mocht het deel van 2015 niet in 2016 belasten.
Daarnaast stelde het Hof vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor de aftrek van huur- en reiskosten, mede omdat het gehuurde perceel ook privébelang diende. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd, evenals de belastingrente. Het Hof wees de proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt terugbetaald.