Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
12 februari 2018. Op 9 maart 2018 heeft verweerder eiseres aangemaand tot het doen van aangifte. De uiterste datum voor indiening van het aangifte is daarin gesteld op 23 maart 2018.
€ 46.646, te weten de in 2016 ontvangen inkomsten uit het PGB, en is een verzuimboete van
€ 369 opgelegd. Voorts is € 630 belastingrente in rekening gebracht.
13 november 2013 getekende huurovereenkomst overgelegd waaruit volgt dat zij, tezamen met de gemachtigde, een bedrijfsruimte in Balkbrug heeft gehuurd. Het verband tussen de huur van deze bedrijfsruimte en de door eiseres verleende zorg aan mevrouw Goudriaan is echter, ook indien daarbij de verklaringen die daarover ter zitting zijn afgelegd worden betrokken, onvoldoende helder geworden. Het had op de weg van eiseres gelegen om daarover meer duidelijkheid te verschaffen dan zij heeft gedaan. Een zorgovereenkomst is niet overgelegd. Evenmin is bewijs geleverd van huurbetalingen door eiseres of van de door haar gestelde reiskosten.
Beslissing
bestreden uitspraak op bezwaar;