ECLI:NL:GHDHA:2021:202
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens gebrekkige volmacht
In deze strafzaak werd de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken met aftrek van voorarrest. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, maar de verdachte en zijn raadsman verschenen niet ter terechtzitting in hoger beroep.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en constateerde dat het hoger beroep was ingesteld door een griffiemedewerker op basis van een schriftelijke volmacht die door de advocaat was verleend. Deze volmacht voldeed echter niet aan de wettelijke vereisten zoals gesteld in artikel 450 Sv Pro, omdat zij geen verklaring bevatte dat de advocaat bepaaldelijk was gevolmachtigd, geen instemming van de verdachte met ontvangst van de oproeping en geen adres voor verzending van de appeldagvaarding.
Gezien het ontbreken van deze essentiële elementen oordeelde het hof dat het hoger beroep niet rechtsgeldig was ingesteld. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en handhaafde het vonnis van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrekkige schriftelijke volmacht.