ECLI:NL:GHDHA:2021:203
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ongeldige volmacht
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag het hoger beroep van verdachte beoordeeld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarbij verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken met aftrek van voorarrest.
Het hof constateerde dat noch verdachte noch een gemachtigde raadsman in hoger beroep ter zitting was verschenen. Het hoger beroep was ingesteld via een schriftelijke volmacht die door een advocaat was verleend aan een griffiemedewerker, maar deze volmacht voldeed niet aan de wettelijke vereisten zoals gesteld in artikel 450 Sv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Specifiek ontbraken in de volmacht een verklaring dat de advocaat bepaaldelijk was gevolmachtigd, een instemming van verdachte met ontvangst van de oproeping door de griffiemedewerker en een adres voor toezending van de appeldagvaarding. Hierdoor werd het hoger beroep niet rechtsgeldig ingesteld.
Het hof verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees de vordering van de advocaat-generaal tot vernietiging en terugwijzing af. Dit arrest is uitgesproken op 27 januari 2021 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een niet-conforme schriftelijke volmacht.