ECLI:NL:GHDHA:2021:2051
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onterecht ontslag op staande voet en billijke vergoeding
In deze zaak staat centraal of het ontslag op staande voet van [verweerster] door Prosperity terecht was gegeven en of zij aanspraak heeft op een transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding.
[verweerster] was sinds augustus 2018 in dienst bij Prosperity met een jaarcontract dat tweemaal stilzwijgend werd verlengd. Na diverse verzoeken van [verweerster] om beëindiging met wederzijds goedvinden en loonsverhoging, die door Prosperity werden afgewezen, ontstond een gespannen arbeidsverhouding. Prosperity stelde dat [verweerster] zich onprofessioneel en beledigend had gedragen, wat zou rechtvaardigen tot ontslag op staande voet. [verweerster] betwistte dit en stelde dat haar uitingen kritiek waren op het management.
Het hof oordeelt dat de gedragingen van [verweerster] geen dringende reden vormen voor ontslag op staande voet, mede omdat Prosperity maandenlang het gedrag heeft gedoogd zonder maatregelen te nemen. Het ontslag is daarmee onterecht. Het hof vernietigt de beschikking voor wat betreft de toegekende billijke vergoeding van €7.277,76 en stelt deze vast op €2.500,- bruto, rekening houdend met de vermoedelijke beëindiging van het dienstverband uiterlijk rond 1 april 2021 vanwege de ernstig verstoorde arbeidsverhouding.
Verder bevestigt het hof dat Prosperity gehouden is tot betaling van transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging, en veroordeelt Prosperity in de proceskosten in hoger beroep. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels het vonnis en kent een billijke vergoeding van €2.500,- toe wegens onregelmatig ontslag.